ECLI:NL:CBB:2024:686
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens gebrek aan belang na herzieningsbesluit en toekenning proceskostenvergoeding
De onderneming stelde beroep in tegen een besluit van de minister van Economische Zaken inzake de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19. Na een herzieningsbesluit van de minister, waarin de subsidie voor Q4 2020 werd verhoogd en het bezwaar gegrond werd verklaard, gaf de onderneming aan het beroep te willen intrekken onder voorwaarde van proceskostenvergoeding.
Het College oordeelde dat voorwaardelijke intrekking niet mogelijk is en dat de onderneming geen belang meer heeft bij verdere behandeling van het beroep. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Wel werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van het beroepschrift, omdat de minister pas in de beroepsfase tegemoetkwam en in bezwaar niet duidelijk maakte dat suppletieaangiften konden worden gebruikt.
De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 875,-, terwijl een vergoeding voor de zitting op 29 januari 2024 werd afgewezen. Ook werd de minister opgedragen het betaalde griffierecht van € 365,- aan de onderneming te vergoeden. De beslissing werd zonder zitting genomen en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de minister wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding en griffierechtvergoeding.