De minister heeft een randvoorwaardenkorting van 20% opgelegd aan een landbouwbedrijf wegens het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op het talud van een watergang, in strijd met wettelijke gebruiksvoorschriften. Het bedrijf stelde dat de verkleuring van het talud veroorzaakt werd door verneveling en nachtvorst en voerde een beroep op het ne bis in idem-beginsel aan, omdat eerder een boete was opgelegd.
Het College oordeelde dat de minister terecht een korting toepaste, omdat uit het rapport van een toezichthouder bleek dat het gewasbeschermingsmiddel Atlantis Star, gemengd met U 46 MCPA, over een lengte van 270 meter was gespoten op het sloottalud. De gewijzigde verklaring van de overtreder werd onvoldoende geacht om af te wijken van de eerdere bevindingen. Het beroep op het ne bis in idem-beginsel faalde omdat de sanctie niet strafrechtelijk was.
Verder concludeerde het College dat er sprake was van voorwaardelijke opzet, omdat de overtreder bewust de mogelijkheid van niet-naleving heeft aanvaard. De minister had het kortingspercentage van 20% terecht vastgesteld en hoefde dit niet te verlagen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegekend.