ECLI:NL:CBB:2024:651
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: subsidie vaste lasten financiering COVID-19 niet toegekend wegens onvoldoende omzetverlies
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken waarin de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2021 werd vastgesteld op € 0,- en het betaalde voorschot van € 440.000,- werd teruggevorderd. De minister baseerde het besluit op de omzetgegevens uit de aangifte omzetbelasting, waaruit bleek dat de onderneming niet voldeed aan het vereiste van minimaal 30% omzetverlies.
De onderneming voerde aan dat de minister ten onrechte alleen de omzet uit de aangifte omzetbelasting had gebruikt en niet had meegewogen dat in de subsidieaanvraag andere omzetcijfers waren opgenomen. Tevens stelde zij dat het besluit in strijd was met het evenredigheidsbeginsel omdat het werkelijke omzetverlies niet werd erkend.
Het College oordeelde dat de minister terecht uitging van de omzet uit de aangifte omzetbelasting, aangezien de onderneming deel uitmaakt van een fiscale eenheid en de gehele omzet aan haar kan worden toegerekend. De eerdere jurisprudentie bevestigt dat de aangifte omzetbelasting als uitgangspunt geldt. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat geen sprake was van een uitzonderlijke situatie die een uitzondering zou rechtvaardigen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en hoefde de minister geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd zonder zitting gedaan op 24 september 2024 door het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming tegen het besluit om de subsidie op nul te stellen is ongegrond verklaard.