ECLI:NL:CBB:2024:64
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidie vaste lasten financiering COVID-19 wegens onvoldoende omzetverlies
De ondernemer exploiteerde een taxibedrijf en vroeg subsidie aan voor het eerste kwartaal van 2021 op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL). De minister verleende aanvankelijk een voorlopige subsidie en betaalde een voorschot uit, maar stelde de subsidie later definitief vast op nul omdat uit de aangifte omzetbelasting bleek dat het omzetverlies minder dan 30% bedroeg ten opzichte van het referentiekwartaal 2019.
De ondernemer betwistte dit, stellende dat een gefactureerd leasebedrag van ruim €30.000 in de omzetbelastingaangifte was opgenomen terwijl hij dit bedrag niet had ontvangen. De minister hield vast aan de omzet zoals opgegeven in de btw-aangiften. Het College oordeelde dat de omzet voor de TVL-regeling wordt vastgesteld op basis van de omzet in de omzetbelastingaangifte, conform artikel 2.2.2, vijfde lid, van de regeling.
Het College wees het beroep af omdat geen uitzonderlijke omstandigheden waren die een afwijking van deze systematiek rechtvaardigden. De ondernemer voldeed niet aan het vereiste van minimaal 30% omzetverlies, waardoor de subsidie terecht op nihil was vastgesteld en het voorschot teruggevorderd mocht worden.
Uitkomst: Het beroep van de ondernemer wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt vastgesteld op nihil.