ECLI:NL:CBB:2024:618

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
3 september 2024
Publicatiedatum
30 augustus 2024
Zaaknummer
22/2038
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep subsidie vaste lasten COVID-19 ongegrond verklaard

Een ondernemer heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Economische Zaken over een subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL). Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaarde het beroep op 10 januari 2023 niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. De ondernemer deed hiertegen verzet.

In het verzet stelde de ondernemer dat de termijnoverschrijding slechts een tot drie dagen bedroeg en dat zij niet nalatig was geweest, mede omdat zij wachtte op documenten van de Kamer van Koophandel die de startdatum van haar onderneming bevestigden. Het betrof een startende onderneming die in maart 2019 haar winkel opende en door de COVID-pandemie moest sluiten.

Het College oordeelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen of verminderen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard, waardoor het beroep niet inhoudelijk werd behandeld en de zaak werd afgesloten.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens te late indiening wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/2038

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 september 2024 op het verzet van

[naam 1] , handelend onder de naam [naam 2], te [plaats] (de ondernemer)

Procesverloop

De ondernemer heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Economische Zaken over een subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL).
Met de uitspraak van 10 januari 2023 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dus zonder zitting, het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van 10 januari 2023 heeft de ondernemer verzet gedaan.

Overwegingen

1. In de uitspraak van 10 januari 2023 heeft het College het beroep van de ondernemer niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. De laatste dag van de beroepstermijn was 22 september 2022. Het beroepschrift is gedateerd op 23 september 2022 en op 29 september 2022 door het College ontvangen. In de uitspraak van 10 januari 2023 is geoordeeld dat er geen omstandigheden zijn aangegeven die zien op de te late indiening van het beroepschrift. Er is daarom geen aanleiding om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.
2 De ondernemer heeft in verzet aangevoerd dat het gaat om een overschrijding van de termijn van hooguit één tot drie dagen. Het spijt de ondernemer enorm dat zij de dagen niet juist heeft geteld. Het gaat niet om nalatigheid. Tot nu toe heeft zij alle stukken altijd op tijd ingediend. De ondernemer geeft verder aan dat zij nog aan het wachten was op de stukken van de Kamer van Koophandel waaruit de werkelijke startdatum van de onderneming bleek. Het betrof een startende onderneming die pas op 2 maart 2019 de winkel heeft geopend en vanwege de COVID-pandemie de deuren weer moest sluiten.
3 Voor het beoordelingskader verwijst het College naar zijn uitspraak van
30 januari 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:31). Het College moet beoordelen of het niet binnen de termijn indienen van een beroepschrift aan de onderneemster kan worden toegerekend. De ondernemer heeft in verzet geen bijzondere omstandigheden aangevoerd op grond waarvan moet worden geoordeeld dat de termijnoverschrijding haar niet of slechts in geringe mate kan worden toegerekend.
4 De conclusie is dat de uitspraak van 10 januari 2023 juist is. Het verzet zal daarom ongegrond worden verklaard. Dit betekent dat het beroep van de onderneemster niet inhoudelijk wordt behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Schoneveld, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 september 2024.
w.g. M. Schoneveld w.g. E.A. van der Meel