ECLI:NL:CBB:2024:617

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
3 september 2024
Publicatiedatum
30 augustus 2024
Zaaknummer
22/2308
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep subsidie vaste lasten COVID-19 ongegrond verklaard

De stichting had beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Economische Zaken over een subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19. Het College verklaarde het beroep op 28 maart 2023 niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. De stichting deed hiertegen verzet.

Het College overwoog dat het in deze procedure uitsluitend ging om de tijdigheid van het beroepschrift. De stichting had het beroepschrift te laat ingediend en voerde in verzet alleen omstandigheden aan die betrekking hadden op de te late indiening van het bezwaar en de financiële gevolgen van het besluit. Het College vond geen redenen om het eerdere oordeel te herzien.

Daarom verklaarde het College het verzet ongegrond, waardoor het beroep niet inhoudelijk werd behandeld en de zaak werd afgesloten.

Uitkomst: Het verzet van de stichting tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/2308

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 september 2024 op het verzet van

[Stichting] , te [plaats] (de stichting)

Procesverloop

De stichting heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Economische Zaken over een subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL).
Met de uitspraak van 28 maart 2023 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dus zonder zitting, het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van 28 maart 2023 heeft de stichting verzet gedaan.

Overwegingen

1. In de uitspraak van 28 maart 2023 heeft het College het beroep van de stichting niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. De laatste dag van de beroepstermijn viel op 6 september 2022. Het beroepschrift is gedateerd op 24 oktober 2022 en op 25 oktober 2022 door het College ontvangen. In de uitspraak van 28 maart 2023 is geoordeeld dat er geen omstandigheden zijn die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken.
2 De stichting heeft tegen de uitspraak aangevoerd dat er alleen wordt gesproken over het al dan niet te laat indienen van het bezwaar in plaats van naar de inhoud te kijken. De al eerder door de stichting gemelde redenen voor het te laat indienen van het bezwaar worden geheel genegeerd en er wordt geen enkel begrip voor opgebracht. Mocht er niet inhoudelijk naar het bezwaar worden gekeken dan is aannemelijk dat de stichting door de financiële gevolgen er niet meer voor haar bezoekers kan zijn. De stichting is een non-profitorganisatie die ten dienste staat van senioren van 70 jaar en ouder die het complex bewonen en oudere bezoekers uit de buurt.
3 Het College stelt voorop dat in deze procedure het alleen gaat over de tijdigheid van de indiening van het beroep. Pas als de conclusie is dat de stichting in het beroep kan worden ontvangen, kan worden gekeken naar de redenen waarom het bezwaar te laat is ingediend.
4 Voor het beoordelingskader verwijst het College naar zijn uitspraak van
30 januari 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:31). Het College moet beoordelen of het niet binnen de termijn indienen van een beroepschrift aan de stichting kan worden toegerekend. Het College beantwoordt die vraag bevestigend. De stichting heeft in verzet alleen gewezen op omstandigheden die te maken hebben met de te late indiening van het bezwaar en de (financiële) gevolgen van het besluit op bezwaar van 26 juli 2022. Tegen het oordeel in de uitspraak van 28 maart 2023 over de te late indiening van het beroepschrift heeft de stichting in verzet niets aangevoerd, zodat het College geen grond ziet om nu anders te oordelen.
5 De conclusie is dat de uitspraak van 28 maart 2023 juist is. Het verzet zal daarom ongegrond worden verklaard. Dit betekent dat het beroep van de stichting niet inhoudelijk wordt behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Schoneveld, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 september 2024.
w.g. M. Schoneveld w.g. E.A. van der Meel