ECLI:NL:CBB:2024:591
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Berisping accountant bevestigd na klacht over onjuiste jaarrekeningen en belangenverstrengeling
De zaak betreft hoger beroep tegen een uitspraak van de accountantskamer over klachten tegen een accountant die samenstellingswerkzaamheden verrichtte voor een IT-adviesbedrijf en tevens financieel adviseur was bij een aandelenovername. Klachten betroffen het niet opnemen van een Belastingdienstclaim en een leveranciersvordering in de jaarrekeningen 2017 en 2018, onjuiste verwerking van omzet en voorzieningen, en belangenverstrengeling.
Het College oordeelde dat de concept-jaarrekening 2018 een financieel overzicht was waarop Standaard 4410 van toepassing is. De accountant had de Belastingdienstclaim en de leveranciersvordering in de jaarrekeningen moeten verwerken omdat schuldoverneming niet was toegestaan, en het niet vermelden hiervan een schending van fundamentele beginselen als vakbekwaamheid en zorgvuldigheid betekende. Tevens was sprake van samenloop van functies zonder dat de accountant de bedreiging voor objectiviteit had onderkend.
De klacht dat de accountant als verkoopadviseur bewust informatie zou hebben achtergehouden, werd ongegrond verklaard wegens gebrek aan bewijs van opzet. De opgelegde maatregel van berisping bleef in stand. Het College vernietigde de uitspraak van de accountantskamer voor het onderdeel van de niet-vermelde leveranciersvordering en verklaarde dit onderdeel alsnog gegrond. Het overige hoger beroep van de accountant werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De berisping aan de accountant blijft in stand, met gedeeltelijke gegrondverklaring van het incidenteel hoger beroep.