ECLI:NL:CBB:2024:527
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen verkoop inbeslaggenomen runderen
Op 25 maart 2024 heeft de minister spoedbestuursdwang toegepast door 80 runderen van [naam 1] in beslag te nemen wegens overtredingen van het Besluit houders van dieren en de Regeling dierlijke producten. De runderen zijn weggevoerd en in bewaring genomen. Het bestreden besluit is op 27 maart 2024 schriftelijk vastgesteld. [naam 1] maakte bezwaar en vroeg om teruggaaf van de dieren, maar de voorzieningenrechter wees dit verzoek op 9 juli 2024 af.
Vervolgens verzocht [naam 1] om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat de minister de runderen zou verkopen voordat op het bezwaar was beslist. Hij stelde dat de minister ten onrechte verwacht dat hij de opslagkosten vooraf moet betalen en dat de stal inmiddels wordt aangepast. De minister gaf aan dat hij bevoegd is de teruggave op te schorten totdat de kosten zijn voldaan en dat verkoop mogelijk is na 13 weken, omdat de stal nog niet aan de voorwaarden voldoet en de kosten oplopen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen nieuwe feiten zijn die aanleiding geven tot een andere beslissing dan eerder. Het niet voldoen aan de voorwaarden voor teruggave, waaronder aanpassing van de huisvesting, is oorzaak van de vertraging en oplopende kosten. De minister is bevoegd de teruggave op te schorten totdat de kosten zijn betaald. Het belang van de minister om verdere kosten te voorkomen weegt zwaarder dan het belang van [naam 1] bij behoud van de runderen.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en mag de minister overgaan tot verkoop van de runderen zolang het bezwaar nog loopt.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening om verkoop van de runderen te voorkomen wordt afgewezen.