ECLI:NL:CBB:2024:443
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College van Beroep verklaart beroep ongegrond tegen afwijzing subsidie vaste lasten COVID-19 wegens onvoldoende omzetverlies
De onderneming had voor het eerste kwartaal van 2022 een subsidie aangevraagd op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL). De minister verleende een voorlopige subsidie en betaalde een voorschot uit, maar stelde de subsidie uiteindelijk vast op nihil omdat uit de gegevens van de Belastingdienst bleek dat het omzetverlies minder dan 30% bedroeg ten opzichte van het eerste kwartaal van 2020.
De onderneming voerde aan dat bepaalde intern doorbelaste kosten geen omzet vormden en dat de minister deze kosten buiten beschouwing moest laten, waardoor zij wel aan het omzetverliesvereiste zou voldoen. Het College volgde deze redenering niet, omdat de regeling expliciet bepaalt dat omzet wordt vastgesteld op basis van de omzetbelastingaangiften, hetgeen een bewuste keuze is om de uitvoerbaarheid en administratieve lasten te beperken.
Het College bevestigde dat de minister terecht is uitgegaan van de omzet volgens de aangiften omzetbelasting en dat de subsidie op nihil mocht worden vastgesteld omdat het omzetverlies minder dan 30% bedroeg. Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming wordt ongegrond verklaard omdat het omzetverlies niet minimaal 30% bedroeg en de subsidie terecht op nihil is vastgesteld.