ECLI:NL:CBB:2024:320
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet voldoen aan 30% omzetverlies TVL Q1 2022
Een onderneming heeft subsidie aangevraagd op grond van de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022. De minister van Economische Zaken en Klimaat wees de aanvraag af omdat niet was voldaan aan het vereiste van minimaal 30% omzetverlies ten opzichte van een referentieperiode.
De onderneming koos als referentieperiode het eerste kwartaal van 2020, maar stelde dat deze periode niet representatief was vanwege reeds geldende coronamaatregelen en dat een andere referentieperiode (Q3 2020) gehanteerd had moeten worden. Het College oordeelde dat de inschrijfdatum in het handelsregister bepalend is voor de keuze van de referentieperiode en dat de minister de regeling correct heeft toegepast door de onderneming te laten kiezen tussen Q1 2019 en Q1 2020.
Het College stelde vast dat de TVL-regeling geen uitzonderingen op de referentieperiode toestaat, behalve in zeer uitzonderlijke gevallen, die hier niet aan de orde zijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat niet is voldaan aan het vereiste van minimaal 30% omzetverlies.