ECLI:NL:CBB:2024:299
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en verzocht om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bezwaar- en beroepsprocedure. De procedure begon met het indienen van het bezwaarschrift op 30 juli 2015 en eindigde op 9 januari 2024 met de intrekking van het beroep.
Het College heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten. De minister stelde dat de lange duur van de procedure mede veroorzaakt werd door verzoeken van de onderneming zelf om aanhouding en dat reeds in een samenhangende procedure op 12 september 2023 een schadevergoeding was toegekend.
Het College oordeelde dat de lange duur niet aan de minister of de Staat kan worden toegerekend, mede vanwege de samenhang met andere procedures. Aangezien de onderneming het beroep na de eerdere uitspraak had ingetrokken, was de spanning en frustratie waarvoor nu schadevergoeding werd gevraagd al afgedekt in de eerdere procedure. Daarom wees het College het verzoek om immateriële schadevergoeding en kostenvergoeding af.
Er werd ook geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd op 23 april 2024 openbaar uitgesproken door mr. D. Brugman, met griffier E.A. van der Meel.
Uitkomst: Het verzoek om immateriële schadevergoeding en kostenvergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.