ECLI:NL:CBB:2024:298
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in GLB-uitvoeringsregeling
De maatschap heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit met betrekking tot de uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB. Na een langdurige bezwaar- en beroepsprocedure, die begon met het bezwaarschrift van 30 juli 2015, heeft de maatschap het beroep op 9 januari 2024 ingetrokken, maar het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en vergoeding van kosten gehandhaafd.
Het College heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat de lange duur van de procedure mede samenhangt met andere zaken die bij het College in behandeling waren. Op 12 september 2023 heeft het College in een gerelateerde zaak al een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn. De maatschap heeft het beroep in deze zaak na die uitspraak ingetrokken.
Het College oordeelt dat de spanning en frustratie waarvoor nu schadevergoeding wordt gevraagd, voortkomen uit de onzekerheid over de uitkomst van die andere zaken. Daarom bestaat geen aanleiding om opnieuw een immateriële schadevergoeding toe te kennen of kosten te vergoeden. Het verzoek wordt dan ook afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en kostenvergoeding wordt afgewezen.