ECLI:NL:CBB:2024:254
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College van Beroep verklaart beroep ongegrond inzake omzetbepaling TVL-subsidie
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat waarin de omzet in de referentieperiode voor de TVL-subsidie werd vastgesteld op basis van de omzetbelastingaangiften. De onderneming betoogde dat de werkelijke omzet hoger was dan de in de aangifte vermelde omzet, omdat oninbare vorderingen uit 2018 in mindering waren gebracht op de omzet in de boekhouding.
Het College oordeelt dat de minister terecht is uitgegaan van de omzet zoals die in de aangiften omzetbelasting is opgenomen, omdat de regeling dit voorschrijft ter beperking van administratieve lasten. Het College verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin dit uitgangspunt is bevestigd. Alleen indien een onderneming niet over haar gehele omzet omzetbelasting betaalt, kan worden afgeweken naar de financiële administratie, wat hier niet het geval is.
De onderneming had de mogelijkheid om een suppletieaangifte in te dienen om de omzetcorrectie te verwerken, maar heeft dit nagelaten. Het College acht het niet toekennen van een hogere subsidie op grond van deze berekeningswijze niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel, omdat geen sprake is van een uitzonderlijk nadelig effect.
Daarom verklaart het College het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming tegen de omzetbepaling voor de TVL-subsidie wordt ongegrond verklaard.