Zonvarken, een varkenshouderijonderneming, vroeg subsidie aan voor een innovatieproject gericht op brongerichte verduurzaming van stallen en managementmaatregelen. De minister wees de aanvraag af omdat de emissiereductie van methaan, ammoniak en fijnstof niet voldeed aan de minimale reductiepercentages volgens een analyseformulier van de SBV-pool.
Zonvarken voerde aan dat de beoordeling onjuist was, dat het analyseformulier niet wetenschappelijk onderbouwd was en dat de minister ten onrechte voorbijging aan het projectplan en deskundigenverklaringen. Het College oordeelde dat een maatregel gericht op tijdelijke leegstand niet meegenomen mag worden in emissiereductieberekeningen en dat het analyseformulier niet als deskundigenadvies aan het besluit ten grondslag lag.
Het College constateerde dat de minister onvoldoende inzicht gaf in de deskundigheid van de SBV-pool en dat de motivering tekortschiet omdat de door Zonvarken gepresenteerde reducties niet afdoende zijn weerlegd. Ook ontbrak het aan een zorgvuldige beoordeling van de gebruikte gegevens en aannames.
Daarom vernietigde het College het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht en droeg de minister op binnen dertien weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het betaalde griffierecht aan Zonvarken vergoed.