ECLI:NL:CBB:2024:196
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Minister bevoegd lagere subsidie vast te stellen wegens voorafgaande aanschaf warmtepompen
De zwemschool had subsidie aangevraagd voor de aanschaf van twee warmtepompen. De minister stelde echter de subsidie op nul vast omdat de warmtepompen al vóór de subsidieaanvraag waren aangeschaft, wat niet was vermeld in de aanvraag. De zwemschool betoogde dat zij na de subsidieaanvraag nieuwe warmtepompen had besteld vanwege beschadigingen, maar dit kon niet worden bewezen.
De minister baseerde zich op documenten waaruit bleek dat de warmtepompen op 4 februari 2019 waren aangeschaft en betaald, ruim vóór de subsidieaanvraag van 20 november 2019. De levering van nieuwe warmtepompen werd gezien als nakoming van de oorspronkelijke overeenkomst, niet als een nieuwe aankoop.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat de minister terecht de subsidie op nihil had vastgesteld omdat de zwemschool onjuiste informatie had verstrekt en dat correcte informatie tot afwijzing van de subsidieaanvraag zou hebben geleid wegens het ontbreken van het stimulerend effect.
Het beroep van de zwemschool werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de zwemschool is ongegrond verklaard en de subsidie is op nihil vastgesteld.