Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 maart 2024 op het hoger beroep van:
Loonbedrijf [naam] B.V., te [plaats] , appellante
(het loonbedrijf)
kenmerk SHE 21/2555 en 21/2636, in het geding tussen
en
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
Uitspraak van de rechtbank
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
24 september 2021, waarbij de afwijzing van het verzoek om herziening is gehandhaafd, is in wezen de beslissing op het op 24 februari 2019 ingediende bezwaar, dat is aangevuld op
20 maart 2020.
- het loonbedrijf heeft geen overtreding begaan door de siloregistratienummers niet digitaal te verstrekken, want dit wordt in de relevante wet- en regelgeving nergens als verplichting genoemd. In artikel 64, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet (Uitvoeringsregeling) staat het siloregistratienummer niet genoemd als digitaal te verstrekken informatie;
- de minister heeft zijn boetebeleid aangepast met terugwerkende kracht tot 22 februari 2019. Dit was niet kenbaar voor het loonbedrijf, omdat het beleid niet is gepubliceerd. De minister had dit boetebeleid ook bij het loonbedrijf moeten toepassen door een staffelkorting van 95% te geven, zoals de minister dat ook bij derden heeft gedaan. Dat heeft de minister nagelaten. Het nieuwe beleid gold sinds een uitspraak van de rechtbank Overijssel van 22 februari 2019, zodat de minister dat ook bij het loonbedrijf had moeten toepassen. De minister heeft niet aangetoond dat de matiging met 95% in andere zaken een fout was. Daarmee is het gelijkheidsbeginsel geschonden. Hiervoor is niet relevant of het boetebesluit formele rechtskracht heeft gekregen.
28 januari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:310) waar het loonbedrijf een beroep op doet, gaat niet over de uitleg van het criterium “onredelijk laat” in artikel 4:17, zesde lid, onder a, van de Awb. De rechtbank heeft blijkens haar uitspraak van 6 mei 2019 (ECLI:NL:RBDHA:2019:4782) ook van belang geacht dat de betrokkene na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn navraag heeft gedaan bij het bestuursorgaan over de stand van zaken.