ECLI:NL:CBB:2024:139
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing uitbetaling GLB-inkomenssteun wegens niet opgegeven percelen ongegrond verklaard
Het landbouwbedrijf heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om geen uitbetaling toe te kennen voor dertig hectare landbouwgrond die het bedrijf sinds 13 mei 2022 in beheer heeft, maar niet heeft vermeld in de verzamelaanvraag voor de GLB-inkomenssteun 2022.
De minister handhaafde het besluit omdat de aanvraagtermijn was verstreken en er geen sprake was van een kennelijke fout bij het invullen van de verzamelaanvraag. Het landbouwbedrijf stelde dat het een kennelijke fout betrof en dat de minister het zorgvuldigheids-, motiverings- en evenredigheidsbeginsel had geschonden door geen uitbetaling toe te kennen.
Het College oordeelde dat een kennelijke fout alleen kan worden aangenomen als redelijkerwijs uitgesloten is dat de aanvraag conform de bedoeling van de aanvrager was. Het verschil tussen geregistreerde percelen en de verzamelaanvraag kan meerdere redenen hebben. De minister is niet verplicht om de aanvraag te vergelijken met eerdere aanvragen of nadere vragen te stellen.
Het beroep werd ongegrond verklaard omdat de dertig hectare niet binnen de wettelijke indieningstermijn waren opgegeven en er geen sprake was van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden. De minister heeft het besluit zorgvuldig gemotiveerd en gehandhaafd binnen het toepasselijke Europese en nationale wettelijke kader.
Uitkomst: Het beroep van het landbouwbedrijf tegen het besluit van de minister wordt ongegrond verklaard wegens het niet tijdig opgeven van percelen in de verzamelaanvraag GLB-inkomenssteun 2022.