ECLI:NL:CBB:2024:133
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing TVL-subsidie wegens ontbreken duurzame vestiging in appartement
De ondernemer, actief in het aanbieden van casino’s op locatie, had voor het derde en vierde kwartaal van 2021 subsidie aangevraagd op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL). De minister wees deze aanvragen af omdat de ondernemer niet voldeed aan het vestigingsvereiste. Het appartement waar de onderneming is ingeschreven werd door het College niet als vestiging erkend, omdat de werkzaamheden hoofdzakelijk bij klanten op locatie plaatsvinden en het appartement slechts incidenteel wordt gebruikt voor administratieve taken.
De ondernemer voerde aan dat het appartement als kantoor fungeert en dat hij daar zijn administratie voert, maar het College stelde vast dat dit niet volstaat voor een duurzame uitoefening van activiteiten. Ook het argument dat de minister hem niet had gehoord werd verworpen, omdat de ondernemer niet binnen de gestelde termijn had gereageerd op de uitnodiging voor een hoorzitting. Daarnaast werd het beroep op het gelijkheidsbeginsel afgewezen omdat de ondernemer geen vergelijkbare gevallen met stukken had onderbouwd en de minister niet verplicht is fouten bij anderen te herhalen.
Uiteindelijk verklaarde het College de beroepen ongegrond en bevestigde de afwijzing van de subsidieaanvragen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de TVL-subsidie worden ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een duurzame vestiging.