Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Stichting House of Animals Foundation, te Utrecht (de Stichting)
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (de minister),
Kempische Dierenhouderij B.V., te Eersel (de dierenhouderij)
Procesverloop
mr. S.C.M. Tevel en dr. K.G.J. Vanlauwe, dierenarts. Namens de dierenhouderij heeft deelgenomen [naam 2] , bijgestaan door mr. N. Wouters.
Overwegingen
Voor zover in deze uitspraak een oordeel wordt gegeven over de rechtmatigheid van het besluit van 20 januari 2023, is sprake van een voorlopig oordeel dat het College niet bindt in een eventuele bodemprocedure.
De minister stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een spoedeisende situatie. Voor zover mogelijk zijn de honden allemaal gecontroleerd. Dit kon alleen niet bij honden met een nest, omdat dit teveel stress zou veroorzaken. Bij de achtergebleven honden zijn geen gezondheidsproblemen geconstateerd. Nu het aantal honden op het bedrijf sterk verminderd is, is de dierenhouderij opnieuw in de gelegenheid gesteld om geconstateerde overtredingen, onder andere wat betreft de huisvesting, te herstellen. De minister zal middels toezichthouders van de NVWA blijven controleren op het bedrijf. De minister wijst erop dat het handhavingstraject jegens de dierenhouder al veel langer loopt. Het handhavend optreden moet evenredig zijn. Bij de controle van 22 december 2022 achtte de minister het van belang om de honden die zorg nodig hadden die niet ter plaatse kon worden geboden mee te nemen en de dierenhouder voldoende gelegenheid te bieden om overtredingen te herstellen. Bij de controle van 24 en 25 januari 2023 stelde de minister vast dat de situatie was verslechterd. Toen zijn naast de honden met gezondheidsklachten ook honden meegenomen die in hokken zaten met scherpe delen of overbezetting en waar sprake was van zeer natte buitenverblijven.
De toezichthoudend dierenarts van de NVWA, die zowel op 22 december 2022 als in
januari 2023 aanwezig was bij de controles, heeft op de zitting verklaard dat de honden voor zover mogelijk allemaal zijn beoordeeld en dat een afweging is gemaakt. Met minder dieren op het bedrijf zou een adequate huisvesting en verzorging mogelijk moeten zijn. Er moet wel aan veel voorwaarden worden voldaan om de honden gezond te houden. Dit zal in de gaten gehouden moeten worden.
Beslissing
mr. M.G. Ligthart, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2023.