ECLI:NL:CBB:2023:749
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omzetbepaling voor TVL-subsidie vierde kwartaal 2020
De zaak betreft een beroep van een onderneming tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat om de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2020 vast te stellen op nul euro en het betaalde voorschot terug te vorderen.
De kern van het geschil is de wijze van omzetbepaling. De minister baseerde de omzet op de aangifte omzetbelasting over Q4 2020, terwijl de onderneming stelde dat de omzet volgens haar financiële administratie hoger was vanwege de ingebruikname van nieuw geleverde houtbewerkingsmachines.
Het College overweegt dat de regeling expliciet de aangifte omzetbelasting als uitgangspunt neemt vanwege uitvoerbaarheid en administratieve lasten. Alleen indien de onderneming niet over de gehele omzet omzetbelasting betaalt, kan naar de financiële administratie worden gekeken, wat hier niet het geval is.
De onderneming voerde aan dat zij voor de NOW-regeling wel volledige subsidie ontving op basis van gerealiseerde omzet, maar het College benadrukt dat de NOW-regeling andere voorwaarden kent en dat dit het TVL-besluit niet onjuist maakt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister bevestigd.