ECLI:NL:CBB:2023:478
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststelling omzet voor TVL-subsidie op basis van aangifte omzetbelasting
Deze zaak betreft de vaststelling van de omzet van een onderneming in het kader van de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) subsidie. De minister van Economische Zaken en Klimaat heeft de omzet vastgesteld aan de hand van de aangifte omzetbelasting. De onderneming betwist deze vaststelling en stelt dat de omzet moet worden bepaald op basis van haar financiële administratie, omdat zij factureert bij levering terwijl de feitelijke verkoop eerder plaatsvindt.
De onderneming voert aan dat het moment van verkoop leidend moet zijn voor de omzetbepaling en dat de huidige methode niet representatief is, wat leidt tot een onevenredige vaststelling van de subsidie op nihil, ondanks verplichte sluiting van de winkel.
Het College oordeelt dat de TVL-regeling expliciet voorschrijft dat de omzet wordt vastgesteld op basis van de aangifte omzetbelasting, tenzij de onderneming niet over haar gehele omzet omzetbelasting betaalt. Deze uitzondering is niet van toepassing in deze zaak. Het College concludeert dat de minister de omzet op juiste wijze heeft vastgesteld en dat het besluit niet onevenredig is, ook al resulteert dit in een nihil subsidiebedrag.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming wordt ongegrond verklaard en de omzetvaststelling op basis van de aangifte omzetbelasting bevestigd.