De onderneming exploiteert een recreatiepark en maakt deel uit van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. Zij diende een aanvraag in voor TVL-subsidie over het tweede kwartaal van 2021, welke door de minister werd afgewezen wegens onvoldoende omzetverlies ten opzichte van het derde kwartaal van 2020.
De onderneming voerde aan dat de minister onjuiste omzetgegevens gebruikte, omdat de omzet van de fiscale eenheid als geheel werd meegenomen en vooruit gefactureerde omzet volgens haar niet als omzet mocht worden gerekend. De minister herrekende de omzet op basis van door de onderneming aangeleverde gegevens, maar hield vast aan de aangifte omzetbelasting als uitgangspunt.
Het College oordeelde dat de minister terecht de omzetgegevens uit de aangifte omzetbelasting volgt, ook met betrekking tot vooruit gefactureerde omzet, omdat hierover omzetbelasting wordt betaald. De onderneming kon niet aantonen dat de berekening onjuist was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de subsidie werd niet toegekend.