Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 januari 2023 in de zaak tussen
[veehouder] , te [plaats] , appellant,
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
“Ik heb BVD onder mijn runderen. Zoals algemeen bekend is heeft dit invloed op de weerstand van de dieren waardoor er meer Mortellaro voorkomt bij de runderen”.
“Ik heb bij deze 2 kalveren geen dierenarts gehad. Die roodbonte is een BVD kalf en die andere is verder gezond en gaat binnenkort naar het slachthuis”.
“De behandelingen die mijn dierenarts uitvoert, worden door hem genoteerd. De behandelingen die ik zelf heb uitgevoerd, schrijf ik op de kalender – deze is echter niet helemaal volledig.”
Het College beschikt ook niet over de bevoegdheid om een onderzoek in te stellen naar het handelen van verweerder, of anderen, in relatie tot de positie van appellant in het fosfaatreductieplan. Volgens het door toezichthouders van de NVWA opgestelde rapport van bevindingen van 11 juli 2018 heeft de controle enkel plaatsgevonden om na te gaan of de gezondheid en het welzijn van de kalveren en runderen mogelijk werd benadeeld. Gelet op eerdere controles die in 2016 en 2017 hebben plaatsgevonden kan niet worden geoordeeld dat er geen aanleiding bestond om het bedrijf op 9 juli 2018 opnieuw te controleren.
Uit de controle op 9 juli 2018 blijkt eveneens van een aanzienlijk tekort aan ligplaatsen, in combinatie met smalle loopgangen, doodlopende stukken en een gebrekkige hygiëne in de stal en kreupelheid en infecties bij de dieren. Het College is van oordeel dat verweerder zich bij deze omstandigheden op het bedrijf terecht op het standpunt heeft gesteld dat sprake was van een ongeoorloofde overbezetting in de ligboxenstal.