ECLI:NL:CBB:2023:234
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten financiering COVID-19 wegens onvoldoende omzetbewijs
De onderneemster diende een aanvraag in voor subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het tweede kwartaal van 2021. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de onderneemster niet voldeed aan de drempeleis van minimaal € 1.500 aan vaste lasten, berekend op basis van de omzet in de referentieperiode (Q2 2019).
De onderneemster overhandigde een suppletieaangifte omzetbelasting over heel 2019 en stelde dat de omzet in Q2 2019 kon worden vastgesteld door de jaaromzet te delen door vier of via haar administratie. De minister stelde dat alleen omzet die is opgegeven in de aangifte omzetbelasting of duidelijk blijkt uit financiële administratie als omzet kan worden beschouwd. De suppletieaangifte was niet zichtbaar bij de Belastingdienst en gaf geen inzicht in de omzet per kwartaal. Ook de administratie gaf geen eenduidig bewijs van de omzet in Q2 2019.
Het College oordeelde dat de omzet in de referentieperiode niet duidelijk kon worden vastgesteld, waardoor niet kon worden bepaald of de onderneemster voldeed aan de voorwaarden voor subsidie. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidieaanvraag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van de onderneemster wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidieaanvraag gehandhaafd wegens onvoldoende bewijs van omzet in de referentieperiode.