ECLI:NL:CBB:2023:231
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing TVL-subsidie wegens niet voldoen aan vestigingsvereiste in Q1 2021
De vennootschap had een aanvraag ingediend voor de TVL-subsidie over het eerste kwartaal van 2021, maar de minister wees deze aanvraag af omdat niet was voldaan aan het vestigingsvereiste. Dit vereiste houdt in dat de onderneming een vestiging moet hebben met een ander adres dan het privéadres van de eigenaar, of een fysiek afgescheiden vestiging met eigen toegang.
De vennootschap stelde dat zij in de subsidieperiode gevestigd was in een kantoorruimte aan een ander adres dan in de aanvraag vermeld, namelijk in een bedrijfsverzamelkantoor in plaats 3. Echter, de overgelegde huurovereenkomst betrof een eerdere periode (2019-2020) en de brief over stilzwijgende verlenging was slechts een voorstel zonder bevestiging. Bankafschriften en leningsovereenkomsten toonden geen betaling van huur in de subsidieperiode. Ook foto’s van het pand en parkeerterrein maakten de vestiging niet aannemelijk.
De minister voerde daarnaast aan dat ook niet aan het omzetvereiste was voldaan, maar het College hoefde dit niet te beoordelen omdat het vestigingsvereiste niet was vervuld. Het beroep van de vennootschap werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Het College baseerde zich op de definitie van vestiging uit de Handelsregisterwet 2007 en de eisen uit de TVL-regeling. De uitspraak bevestigt dat voor het verkrijgen van TVL-subsidie in Q1 2021 aan alle cumulatieve voorwaarden moet worden voldaan, waaronder het vestigingsvereiste.
Uitkomst: Het beroep van de vennootschap wordt ongegrond verklaard vanwege het niet voldoen aan het vestigingsvereiste voor de TVL-subsidie in Q1 2021.