Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar fosfaatrecht door verweerder, waarbij zij tevens een bijzondere omstandigheid (verbouwing) aanvoerde. Na een eerste gedeeltelijke toewijzing werd het bezwaar herzien en het fosfaatrecht verhoogd, waarna verzoekster haar beroep introk.
Verzoekster diende vervolgens een schadeverzoek in vanwege de onrechtmatige eerdere besluiten die haar verplichtten fosfaatrechten aan te kopen tegen een hogere prijs. Verweerder kende aanvankelijk een schadevergoeding toe, trok deze later in en kende dezelfde vergoeding opnieuw toe op basis van gewijzigde motivering.
Het College oordeelt dat het primaire besluit en het eerdere bezwaar onrechtmatig waren, omdat verweerder niet voldeed aan zijn onderzoeksplicht en de bijzondere omstandigheid pas later erkende. De schade bestaat uit het verschil in waarde van teveel aangekochte fosfaatrechten en leges. Het verzoek wordt toegewezen, waarbij verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €13.168,- en proceskosten.