ECLI:NL:CBB:2023:18

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
17 januari 2023
Publicatiedatum
16 januari 2023
Zaaknummer
20/567 en 20/568
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep veehouder tegen bestuursdwangbesluiten wegens gebrek aan procesbelang

De veehouder stelde beroep in tegen besluiten waarbij zijn bezwaren tegen bestuursdwang en kostenbesluiten waren gegrond verklaard en ingetrokken. De bestuursdwang was eerder opgelegd na constatering van overtredingen en de kosten daarvan in rekening gebracht.

Het College oordeelde ambtshalve dat de veehouder geen procesbelang had omdat hij door de eerdere gegrondverklaring van zijn bezwaren en intrekking van bestuursdwangbesluiten reeds in een betere positie was gebracht. Hierdoor kon het beroep hem geen voordeel meer bieden.

De zitting vond plaats op 19 oktober 2022, waarbij partijen verschenen. Het College behandelde de zaak samen met meerdere andere zaken.

Uiteindelijk verklaarde het College de beroepen niet-ontvankelijk en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan op 17 januari 2023 door de enkelvoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Uitkomst: Het beroep van de veehouder wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummers: 20/567 en 20/568

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 januari 2023 in de zaak tussen

[veehouder] , te [plaats] , appellant,

en

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder,

(gemachtigde: mr. B.M. Kleijs).

Procesverloop

Bij besluiten van 2 en 22 maart 2017 heeft verweerder, nadat op 6 februari 2017 al spoedbestuursdwang was toegepast en zonder nader onderzoek te verrichten, opnieuw lasten onder bestuursdwang opgelegd, waarbij appellant werd opgedragen om de op 6 februari 2017 geconstateerde overtredingen binnen een bepaalde termijn op te heffen.
Vervolgens heeft verweerder op 9 mei 2017 bestuursdwang toegepast. De daarbij gemaakte kosten zijn bij kostenbesluiten van 7 en 8 juni bij appellant in rekening gebracht.
Bij besluiten van 28 april 2020 heeft verweerder de bezwaren van appellant gegrond verklaard, de beide lasten onder bestuursdwang en de beide kostenbesluiten ingetrokken en de lopende incassoprocedure stopgezet.
Appellant heeft tegen de besluiten van 28 april beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 oktober 2022.
De zaken zijn behandeld samen met de zaken nummers 20/566 en 20/569 t/m 20/571, 20/617, 20/763, 20/860, 21/166 t/m 21/169, 21/1146, 22/225 en 22/1788.
Appellant is verschenen. Voor appellant zijn ook verschenen [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4]
Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Voorts zijn voor verweerder verschenen mr. J.W.J. Reuvers en mr. A.H. Spriensma. Ook is verschenen mr. M.A. Sijbrandij van het COKZ.

Overwegingen

1. Het College beoordeelt ambtshalve, dat wil zeggen ook als dit niet door partijen is aangevoerd, of appellant procesbelang heeft. Appellant heeft geen belang als zijn beroep hem niet in een betere positie kan brengen (ECLI:NL:HR:2014:878). Als procesbelang ontbreekt, dan is het beroep niet-ontvankelijk.
2. Het College is van oordeel dat hiervan sprake is. Appellant kan met de door hem ingestelde beroepen niet in een betere positie komen dan waarin hij door de gegrond-verklaring van zijn bezwaren en de intrekking van de bestuursdwangbesluiten en de kostenbesluiten al terecht is gekomen. Met de besluiten van 28 april 2020 zijn de lasten onder dwangsom van 2 en 22 maart 2017 en de daarmee verband houdende kostenbesluiten van 7 en 8 juni 2018 definitief van tafel. Dit betekent dat appellant geen procesbelang heeft bij zijn beroepen.
3. De slotsom is dat de beroepen niet-ontvankelijk zijn.
4. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.W.L. Koopmans, in aanwezigheid van mr. J.M.M. Bancken, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2023.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. J.M.M. Bancken