Een onderneming heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak waarin haar bezwaar tegen de vaststelling van de TVL-subsidie niet-ontvankelijk werd verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn. De onderneming had de subsidie aangevraagd voor de periode juni-september 2020 met een opgegeven omzetverlies van €41.155,-, waarop een voorschot werd toegekend. De minister stelde de subsidie echter op nihil vast omdat het omzetverlies minder dan 30% bedroeg.
De onderneming erkende de te late indiening van het bezwaarschrift, maar voerde aan dat zij aanvankelijk onjuist had aangenomen dat alleen de in Nederland gegenereerde omzet moest worden opgegeven. Deze fout werd pas later ontdekt bij de vaststelling van de NOW-subsidie, waarna zij bezwaar maakte. Het College oordeelde dat deze veronderstelling geen reden was om niet tijdig te controleren en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.
Verder stelde de onderneming dat de minister het verzoek om het te late bezwaar ambtshalve inhoudelijk te behandelen had moeten honoreren vanwege het grote belang. Het College stelde dat de minister weliswaar een apart besluit moet nemen als het bezwaarschrift als verzoek tot terugkomen op het eerdere besluit wordt opgevat, maar dat dit geen gevolgen heeft voor de beslissing op bezwaar. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard, met de kanttekening dat de minister alsnog een besluit moet nemen op het verzoek om terug te komen op het eerdere besluit.