ECLI:NL:CBB:2023:129
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag wegens niet voldoen aan vestigingsvereiste voor startende MKB-onderneming
De zaak betreft een beroep van een MKB-onderneming tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat om de subsidieaanvraag voor het eerste kwartaal van 2021 op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten startende MKB-ondernemingen COVID-19 (SVL) af te wijzen. De minister stelde dat de onderneming niet voldeed aan het vestigingsvereiste, omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat de activiteiten duurzaam werden uitgeoefend op het opgegeven adres in een bedrijfsverzamelgebouw.
De onderneming voerde aan dat het adres geregistreerd stond in het handelsregister en dat het als hoofdkantoor werd gebruikt met een vaste werkplek, waar directie en administratie werkzaam waren. Tevens stelde zij dat het adres werd gebruikt voor gesprekken met klanten en leveranciers en als opslagplaats. Zij overhandigde een contract met de beheerder van het bedrijfsverzamelgebouw en foto's ter onderbouwing.
Het College oordeelde dat registratie in het handelsregister niet voldoende is en dat materiële duurzame uitoefening van activiteiten vereist is. Uit het contract en de algemene voorwaarden bleek dat de onderneming slechts recht had op een werkplek voor 40 uur per maand, waarvoor betaling vooraf vereist was. Er was geen bewijs dat deze werkplek daadwerkelijk werd gehuurd of structureel werd gebruikt. Mondelinge afspraken en foto's boden onvoldoende bewijs van duurzame uitoefening. Daarom voldeed de onderneming niet aan het vestigingsvereiste en was de afwijzing van de subsidie terecht.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard omdat niet is aangetoond dat de onderneming duurzaam haar activiteiten uitoefent op het opgegeven vestigingsadres.