ECLI:NL:CBB:2022:766

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
4 november 2022
Publicatiedatum
14 november 2022
Zaaknummer
22/1884
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 35, eerste lid, onder b, Verordening EU nr. 576/2013
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek thuisquarantaine hond uit Georgië wegens rabiësrisico

Verzoeker heeft een hond uit Georgië ingevoerd zonder transponderchip, dierenpaspoort, gezondheidscertificaat en bewijs van rabiësvaccinatie. De hond werd op 24 augustus 2022 in quarantaine geplaatst op een externe locatie vanwege het risico op insleep van rabiës.

Verzoeker vroeg om schorsing van het quarantainebesluit zodat de hond thuis kan verblijven. De voorzieningenrechter oordeelt dat het risico op rabiës hoog is en dat de minister op grond van EU-verordening bevoegd is quarantaine op te leggen.

De voorzieningenrechter overweegt dat de hond inmiddels ongeveer 19 weken oud is en dat de omstandigheden op het woonadres van verzoeker (een portiekwoning zonder buitenkennel) onvoldoende zijn voor een effectieve thuisquarantaine. Ook is geen sprake van bijzondere omstandigheden die het evenredigheidsbeginsel zouden doen doorwegen.

Daarom wordt het verzoek om thuisquarantaine afgewezen en blijft de hond op de aangewezen quarantaineplaats. De minister zal na een volgende titerbepaling een deskundige raadplegen en contact opnemen met verzoeker over voortzetting van de quarantaine.

Uitkomst: Het verzoek om thuisquarantaine van de hond wordt afgewezen en de quarantaine blijft op de aangewezen locatie.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/1884

uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 november 2022 in de zaak tussen

[naam] te [plaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis)
en

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de minister

(gemachtigde: mr. P.M.M. van Bennekom ).

Procesverloop

De hond van verzoeker is op 24 augustus 2022 bij een controle uit het huis van verzoeker meegenomen om het dier onder officieel toezicht af te zonderen
(quarantaine) op een (externe) opvanglocatie. Dit in verband met het risico op insleep van rabiës in Nederland. Bij het primaire besluit van 30 augustus 2022 heeft de minister dit op schrift gesteld.
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter gevraagd het primaire besluit te schorsen, zodat hij de hond (in thuisquarantaine) bij hem thuis kan houden.

Overwegingen

Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) treft de voorzieningenrechter alleen een voorlopige voorziening als onverwijlde spoed dat vereist. De voorzieningenrechter neemt voldoende spoedeisend belang aan, nu verzoeker met zijn verzoek wil bereiken dat zijn (nog jonge) hond tijdens de quarantaine bij hem thuis kan verblijven.
Verzoeker heeft zijn hond in augustus 2022 vanuit Georgië ingevoerd in Nederland zonder een transponderchip en daarmee corresponderend dierenpaspoort, zonder een gezondheidscertificaat en zonder dat gebleken is van rabiës-vaccinatie of titerbepaling. Tussen partijen is niet in geschil dat het risico op rabiës (hondsdolheid) in Georgië hoog is, aangezien rabiës daar nog steeds voorkomt bij mens en dier. De hond vormt daarom naar het oordeel van de voorzieningenrechter een gevaar voor de insleep en verspreiding van rabiës in Nederland. Artikel 35, eerste lid, onder b, van de Verordening EU nr. 576/2013 geeft de minister in dat geval de bevoegdheid tot de hier toegepaste quarantaine.
Verzoeker stelt dat de hond, een pup, tot het vertrek naar Nederland moedermelk heeft gedronken bij de in Georgië achtergebleven (gevaccineerde) moeder en daarom tegen rabiës is beschermd door de antistoffen via de ontvangen moedermelk. Zeker nu het om een jonge hond gaat kan de quarantaine schadelijke gevolgen hebben voor de (sociale) ontwikkeling van de hond. Ook op verzoeker en zijn echtgenote heeft het gemis van de hond een negatieve emotionele weerslag. Bovendien is een minder ingrijpende maatregel mogelijk, namelijk thuisquarantaine. Het besluit is daarom in strijd met het evenredigheidsbeginsel, aldus verzoeker.
Voor het juridisch kader en de voorwaarden waaronder een thuisquarantaine mogelijk is, sluit de voorzieningenrechter aan bij de uitspraak van 16 juni 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:317).
Die uitspraak zag mede op een jonge pup waar een geraadpleegde deskundige een optimale maternale immuniteit verwachtte. Hier doet zich een heel andere situatie voor. De hond van verzoeker beschikt namelijk niet over een chip en een daarop aansluitend dierenpaspoort en is - anders dan de pup in die uitspraak - zonder moeder Nederland ingevoerd. De hond van verzoeker was bij aanvang van de quarantaine (28 augustus 2022) ongeveer 10 weken oud, en is inmiddels rond de 19 weken oud. Van een jonge pup is derhalve geen sprake meer. Verder beschikt verzoeker op zijn woonadres niet over de voorzieningen die nodig zijn voor een effectieve thuisquarantaine, nu hij niet in een buitengebied woont maar in een portiekwoning binnen de bebouwde kom in [plaats] , waar hij niet over een buitenkennel beschikt. Van andere specifieke omstandigheden waarom quarantaine in dit geval schending van het evenredigheidbeginsel zou opleveren, is niet gebleken.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek van verzoeker om een voorlopige voorziening af. De hond blijft dus op de door de minister voor de quarantaine aangewezen plaats. De minister hoeft thuisquarantaine niet toe te staan.
Ter zitting heeft de gemachtigde van de minister toegezegd om ten aanzien van de vraag of de quarantaine nog dient te worden voortgezet nadat de volgende titerbepaling voldoende blijkt te zijn, een deskundige te raadplegen en daarover na 7 november contact op te nemen met verzoeker.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam, in aanwezigheid van mr. H.G. Egter van Wissekerke, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 november 2022.
De voorzieningenrechter is verhinderd w.g. Egter van Wissekerke
deze uitspraak te ondertekenen
Afschrift verzonden aan partijen op: