ECLI:NL:CBB:2022:760
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtredingen Meststoffenwet door transportbedrijf
Appellante, een erkend intermediair en transportbedrijf voor dierlijke meststoffen, werd door de minister beboet wegens overtredingen van de Meststoffenwet tijdens een transport op 20 september 2019. De boetes betroffen onder meer het niet correct vastleggen en elektronisch verzenden van gegevens via AGR- en GPS-apparatuur, onvolledige en onjuiste invulling van het vervoersbewijs, en het niet onverwijld bepalen van het gewicht van de vracht.
Na een gedeeltelijke verlaging van de boetes door de minister in bezwaar, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en oordeelde dat appellante de overtredingen had begaan en niet in haar belangen was geschaad. In hoger beroep handhaafde appellante enkele bezwaren, waaronder het ontbreken van cautie en onzorgvuldigheid in de besluitvorming.
Het College oordeelde dat de overtredingen voldoende waren aangetoond door het rapport van bevindingen en dat cautie wel was gegeven voorafgaand aan de verhoren. Ook was appellante niet in haar belangen geschaad door de timing van het verslag van de hoorzitting. De bezwaren tegen de hoogte van de boete en vermeende dubbele beboeting werden eveneens verworpen. Het College bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het College bevestigt de boetes aan appellante wegens overtredingen van de Meststoffenwet en wijst het hoger beroep af.