ECLI:NL:CBB:2022:699
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidie vaste lasten financiering COVID-19 wegens niet voldoen omzetverlies en vaste lasten drempel
Appellant heeft een subsidieaanvraag ingediend op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL-regeling) voor het eerste kwartaal van 2021. De aanvraag is afgewezen omdat appellant niet voldeed aan het vereiste van ten minste 30% omzetverlies en de drempel van minimaal € 1.500 aan vaste lasten niet werd gehaald.
Appellant voerde aan dat hij in 2019 is gestart en daardoor in de referentieperiode weinig omzet had, waardoor hij feitelijk 100% omzetverlies leed door gedwongen sluiting. Verweerder stelde dat appellant niet onder de startersregeling valt omdat de onderneming vóór 31 december 2018 is ingeschreven, waardoor de referentieperiode het eerste kwartaal van 2019 is. Het lage omzetniveau in die periode rechtvaardigt geen uitzondering.
Het College overweegt dat de regeling geen hardheidsclausule bevat en dat alleen in zeer bijzondere omstandigheden kan worden afgeweken van de referentieperiode, zoals bij brand of ernstige ziekte. Het opbouwen van een klantenbestand wordt niet als een dergelijke omstandigheid gezien. Daarom is de afwijzing terecht en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat appellant niet voldoet aan de omzetverlies- en vaste lasteneisen.