ECLI:NL:CBB:2022:515
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. Pavićević
- M.M. Smorenburg
- A. Venekamp
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot in rekening brengen tarief voor controles op naleving landbouwkwaliteitsregels
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven het beroep van appellante tegen het in rekening brengen van een tarief voor structurele controles door de Stichting Kwaliteits-Controle-Bureau (KCB) ongegrond verklaard.
Appellante, een bedrijf dat bessen en asperges teelt en verhandelt, werd ingedeeld in risicocategorie III-a en kreeg een jaartarief van € 753,06 opgelegd voor zes controlebezoeken per jaar. Zij voerde aan dat de Europese Verordening 543/2011 niet uniform wordt toegepast in de lidstaten en dat controles door de overheid betaald zouden moeten worden, niet door individuele bedrijven.
Het College oordeelde dat de nationale regelgeving op grond van de Landbouwkwaliteitswet en -regeling verweerster bevoegd stelt om tarieven als retributie bij marktdeelnemers in rekening te brengen. De Europese verordening laat de financiering van controles aan de lidstaten over, wat betekent dat het in rekening brengen van kosten aan bedrijven niet in strijd is met EU-recht.
Verder concludeerde het College dat de risico-gebaseerde controlesystematiek inherent inhoudt dat niet alle bedrijven worden gecontroleerd, en dat dit geen willekeur of strijd met het gelijkheidsbeginsel oplevert. De aangehaalde jurisprudentie van NAKtuinbouw was niet vergelijkbaar. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het in rekening gebrachte tarief voor controles wordt ongegrond verklaard.