ECLI:NL:CBB:2022:325
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen afwijzing subsidiabele oppervlakte landbouwgrond 2020
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin de basis- en vergroeningsbetaling voor het jaar 2020 werd vastgesteld. Het geschil betreft de subsidiabele oppervlakte van meerdere percelen, waarbij appellante stelt dat deze percelen landbouwgrond zijn en dus subsidiabel, terwijl verweerder dit betwist.
Het College verwijst naar een eerdere uitspraak over 2019 waarin dezelfde percelen al beoordeeld zijn. Voor de percelen 108, 109 en 443 is vastgesteld dat deze verruigd en verstruikt zijn, zonder overheersende grassen of voedergewassen, en daardoor niet als landbouwareaal gelden. Voor perceel 443 is bovendien vastgesteld dat het deels onder water stond in 2020. Percelen 467 en 468 behoren niet tot het bedrijf van appellante omdat zij geen feitelijk beheer kon aantonen.
De percelen 587 en 588 zijn nieuw in deze procedure en bestaan volgens luchtfoto's vooral uit zand, water en onbeteelde grond. Appellante's stelling dat droogte de situatie beïnvloedde wordt niet gevolgd, mede omdat de overgelegde foto's niet van deze percelen zijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit over subsidiabele oppervlakte landbouwgrond 2020 wordt ongegrond verklaard.