ECLI:NL:CBB:2021:752
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.C. Stuldreher
- R.C. Stam
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen spoedbestuursdwang en kostenbesluit wegens ernstige dierenwelzijnsproblemen bij hondenhouder
Appellant hield circa 100 honden in zeer slechte omstandigheden, waarbij ernstige overtredingen van de Wet dieren en het Besluit houders van dieren werden vastgesteld. Na controles op 22 en 28 februari 2019, waarbij onder meer een gedragsbioloog en dierenarts werden ingeschakeld, werd spoedbestuursdwang toegepast door het meevoeren van de honden op 1 maart 2019.
De bevindingen toonden ernstige hygiënische tekortkomingen, onvoldoende voeding, medische zorg en socialisatie, en een onveilige huisvesting met natte vloeren en scherpe uitsteeksels. Appellant betwistte de bevindingen en het tijdstip van bestuursdwang, maar het College oordeelde dat de situatie dermate ernstig was dat direct ingrijpen noodzakelijk was en dat het tijdsverloop gerechtvaardigd was.
Ook het kostenbesluit van ruim €51.000,- voor vervoer, verblijf en medische zorg werd door het College bevestigd. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de kosten onredelijk waren of dat de verkoopprijs van de honden te laag was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot spoedbestuursdwang en het kostenbesluit wordt ongegrond verklaard.