ECLI:NL:CBB:2021:740
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen besluit fosfaatrechten en ontheffing melkveehouderij
Appellant exploiteert een melkveehouderij en kreeg op grond van de Meststoffenwet een fosfaatrecht van 0 kg toegekend. Verweerder verleende daarop een ontheffing van 337 kg fosfaat vanwege bijzondere bedrijfsomstandigheden die leiden tot fluctuaties in dieraantallen. Appellant betwistte de vorm van compensatie en vorderde omzetting van de ontheffing in fosfaatrechten, stellende dat hij financieel onrecht wordt aangedaan en dat zijn bedrijf daardoor in waarde daalt.
Het College oordeelt dat de ontheffing voor onbepaalde tijd is verleend en dezelfde bedrijfsvoering mogelijk maakt als fosfaatrechten zouden doen. Verweerder mocht naar redelijkheid kiezen voor een ontheffing in plaats van fosfaatrechten. Appellant heeft onvoldoende onderbouwd waarom compensatie in fosfaatrechten noodzakelijk is en ook zijn vrees voor nadelige gevolgen door toekomstige maatregelen is ongegrond.
Verder is er geen gegronde vrees dat de verpachter aanspraak kan maken op de ontheffing, aangezien fosfaatrechten alleen aan de houder van het melkvee kunnen worden toegekend. Het beroep faalt en het College verklaart het beroep ongegrond zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit tot vaststelling van fosfaatrechten en verlening van ontheffing wordt ongegrond verklaard.