ECLI:NL:CBB:2021:650
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring verzoeken herziening bestuursrechtelijke uitspraken ongegrond verklaard
Verzoeker heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin zijn verzoeken om herziening van eerdere uitspraken niet-ontvankelijk werden verklaard wegens onredelijke termijnoverschrijding. De verzoeken waren ingediend meer dan één jaar nadat verzoeker bekend was geworden met de gestelde nieuwe feiten (nova).
Verzoeker voerde aan dat de termijn van één jaar pas aanvangt bij de openbaarmaking van de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht, maar het College verwees naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de termijn begint bij bekendwording van de nova. Daarnaast stelde verzoeker dat het hier ging om punitieve sancties waarvoor geen termijn geldt, maar het College oordeelde dat de betrokken besluiten geen strafrechtelijke sancties betreffen.
Het College concludeert dat de verzoeken onredelijk laat zijn ingediend en dat het verzet ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van termijnen bij verzoeken om herziening en verduidelijkt de afbakening van punitieve sancties binnen het bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens onredelijke late indiening van de verzoeken om herziening.