ECLI:NL:CBB:2021:575
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving wegens verkoop niet-toegelaten biocide DRBP
Dierenkliniek Den Ham B.V. kreeg een last onder dwangsom opgelegd vanwege het op de markt aanbieden, voorhanden hebben en aanbevelen van DRBP, een niet-toegelaten biocide. Het product is niet toegelaten in Nederland, wat een overtreding vormt van de Europese Verordening 528/2012 en de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb).
Appellante betwistte aanvankelijk dat DRBP een biocide was, maar heeft dit op de zitting niet meer gedaan. Zij voerde aan dat verweerder had moeten adviseren over een vereenvoudigde toelatingsprocedure, omdat het product in Spanje onder een andere naam zou zijn toegelaten en het milieu- en gezondheidsprofiel gunstig zou zijn. Het College oordeelde dat verweerder niet verplicht was om appellante hierover te informeren, omdat appellante niet de producent is en geen aanwijzingen bestonden dat het product in Spanje was toegelaten.
Verder wees het College het beroep op het gelijkheidsbeginsel af, omdat het andere middelen betreft met verschillende werkzame stoffen en verschillende toezichthouders. Ook het verzoek om aanhouding van de procedure werd afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van Dierenkliniek Den Ham tegen de last onder dwangsom wegens verkoop van het niet-toegelaten biocide DRBP wordt ongegrond verklaard.