ECLI:NL:CBB:2021:570
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens onvoldoende bewijs voor hoeveelheid weggegooide antibioticamelk en geen schending reformatio in peius
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin het fosfaatrecht van haar melkveehouderij werd vastgesteld en later herzien. Zij stelde dat zij recht had op een hogere vaststelling vanwege melk die zij in 2015 niet kon leveren wegens antibioticagebruik bij haar koeien.
Het College heeft vastgesteld dat het niet in geschil is dat er melk is weggegooid, maar appellante heeft niet aannemelijk gemaakt hoeveel melk dit betrof. Ondanks overgelegde stukken zoals een verklaring van de dierenarts, een dagbehandelingsplan en een CRV-overzicht, kon de hoeveelheid antibioticamelk niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld.
Voorts oordeelde het College dat het verbod van reformatio in peius niet van toepassing is omdat het bestuursorgaan bevoegd is een onjuist besluit te herzien of in te trekken, ook zonder bezwaar van appellante. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs voor de hoeveelheid weggegooide antibioticamelk en geen schending van het verbod van reformatio in peius.