ECLI:NL:CBB:2021:565
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling fosfaatrecht bij uitbreiding melkveebedrijf
Appellante exploiteerde een melkveebedrijf en investeerde in 2014 in de uitbreiding door bouw van een nieuwe ligboxenstal en uitbreiding van het aantal melk- en kalfkoeien. Na ziekte van de vader werd de akkerbouwtak beëindigd en de melkveetak uitgebreid. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van het aantal dieren op 2 juli 2015.
Appellante voerde aan dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last opleverde, onder meer vanwege de bedrijfseconomische gevolgen van de uitbreiding en de ziekte van haar vader. Het College overwoog dat investeringsbeslissingen ondernemersrisico's zijn en dat de uitbreiding niet navolgbaar was gezien het tijdstip van de investeringen en de afschaffing van het melkquotum.
Het College concludeerde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een individuele en buitensporige last. De belangen van milieubescherming en naleving van de Nitraatrichtlijn wegen zwaarder dan de belangen van appellante. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.