ECLI:NL:CBB:2021:410

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
13 april 2021
Publicatiedatum
13 april 2021
Zaaknummer
19/1517
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EU) Nr. 1306/2013Verordening (EG) nr. 1107/2009Richtlijnen 79/117/EEGRichtlijnen 91/414/EEGVerordening (EEG) nr. 352/78
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rectificatie van uitspraak over uitleg beheerseis GLB-verordening

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft op 13 april 2021 een rectificatie uitgesproken van haar eerdere uitspraak van 23 maart 2021 (zaaknummer 19/1517). Deze rectificatie betreft kennelijke onjuistheden in rechtsoverweging 18 en onder het kopje “Beslissing”, waar onjuiste verwijzingen naar Europese regelgeving en een verkeerd gespelde term 'beheerseis' waren opgenomen.

De rectificatie verduidelijkt dat de beheerseis (RBE) 10, zoals vastgesteld in bijlage II van Verordening (EU) Nr. 1306/2013, moet worden uitgelegd in samenhang met artikel 55 van Pro Verordening (EG) nr. 1107/2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen. De beheerseis ziet aldus ook op situaties waarin een gewasbeschermingsmiddel is gebruikt dat in de betrokken lidstaat niet overeenkomstig laatstgenoemde verordening is toegelaten.

Het College achtte de onjuistheden eenvoudig herstelbaar en heeft daarom de uitspraak op deze punten aangepast. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl. De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer van het College en in het openbaar uitgesproken op 13 april 2021.

Uitkomst: Het College rectificeert de eerdere uitspraak door correcties aan te brengen in verwijzingen en spelling zonder inhoudelijke wijziging.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 19/1517
uitspraak van de meervoudige kamer van 13 april 2021 tot rectificatie van de verwijzingsuitspraak tussen

Maatschap [naam 1] en [naam 2] , te [plaats] , appellante

(gemachtigde: mr. A.A. Westers)
en

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder

(gemachtigde: mr. C.J.M. Daniels).

Procesverloop

Het College heeft vastgesteld dat zijn uitspraak van 23 maart 2021 met zaaknummer 19/1517 (ECLI:NL:CBB:2021:311) in rechtsoverweging 18. en onder “Beslissing” een kennelijke onjuistheid bevat.

Overwegingen

In rechtsoverweging 18. en onder “Beslissing” wordt verwezen naar “Raadartikel 4, eerste lid, richtlijn 2002/37/EG” en wordt beheerseis onjuist gespeld. Het College overweegt dat hier sprake is van onjuistheden.
Nu de uitspraak kennelijke en voor een eenvoudig herstel vatbare onjuistheden bevat, bestaat aanleiding de uitspraak op deze punten te rectificeren.
Het College wijzigt de uitspraak van 23 maart 2021, met zaaknummer 19/1517, als volgt.
“18. (…) “Moet beheerseis (RBE) 10, zoals vastgesteld in bijlage II van Verordening (EU)
Nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad, waarin wordt verwezen naar artikel 55, eerste en tweede zin van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad, aldus worden uitgelegd dat die beheerseis ook ziet op de situatie waarin een gewasbeschermingsmiddel is gebruikt dat in de betrokken lidstaat niet overeenkomstig laatstgenoemde verordening is toegelaten ?”
(…)

Beslissing

(…)
Moet beheerseis (RBE) 10, zoals vastgesteld in bijlage II van Verordening (EU)
Nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad, waarin wordt verwezen naar artikel 55, eerste en tweede zin van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad, aldus worden uitgelegd dat die beheerseis ook ziet op de situatie waarin een gewasbeschermingsmiddel is gebruikt dat in de betrokken lidstaat niet overeenkomstig laatstgenoemde verordening is toegelaten ?”
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.

Beslissing

Het College rectificeert zijn uitspraak van 23 maart 2021 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, mr. B. Bastein en mr. D. Brugman, in aanwezigheid van mr. K. Naganathar, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 april 2021.
w.g. A. Venekamp w.g. K. Naganathar