ECLI:NL:CBB:2021:308
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing knelgevallenregeling fosfaatrechten melkveehouderij
Appellante exploiteert een melkveehouderij en betwist de vaststelling van haar fosfaatrecht door verweerder op grond van de Meststoffenwet. Zij stelt dat zij voldoet aan de voorwaarden van de knelgevallenregeling omdat haar fosfaatrecht op de peildatum 2 juli 2015 minimaal 5% lager is dan zonder de bouwwerkzaamheden en vernieling van de melkveestallen door blikseminslag. Appellante verzoekt verhoging van haar fosfaatrecht op basis van alternatieve peildata.
Verweerder heeft het fosfaatrecht vastgesteld op basis van de dieraantallen op 2 juli 2015 en heeft de knelgevallenregeling toegepast door te oordelen dat appellante niet aan de 5%-drempel voldoet. Verweerder heeft daarbij rekening gehouden met de feitelijke situatie en melkproductiecijfers, en heeft geen rekening gehouden met niet-gerealiseerde uitbreidingsplannen, conform eerdere uitspraken van het College.
Het College oordeelt dat verweerder de knelgevallenregeling juist heeft toegepast en dat appellante niet voldoet aan de cumulatieve voorwaarden voor toepassing van de regeling. Tevens faalt het betoog van appellante dat het fosfaatrechtenstelsel in strijd is met het recht op eigendom uit het Eerste Protocol bij het EVRM, de Nitraatrichtlijn en het EU-staatssteunrecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.