Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2021 in de zaak tussen
Maatschap [naam 1] , te [plaats] (gemeente [gemeente] ), appellante,(gemachtigde: mr. J.T. Fuller )
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder (gemachtigde: mr. G.H.T. Heusschen).
Procesverloop
Overwegingen
De Regeling
Feiten
Besluit verweerder
Het beroep
Appellante wijst erop dat zij al voor de peildatum heeft geïnvesteerd in de uitbreiding van haar bedrijf, financiële verplichtingen is aangegaan en vergunningen heeft gekregen. Appellante betoogt dat het bedrijf door de gezondheidssituatie van [naam 2] lange tijd geen autonome groei heeft doorgemaakt en niet volledig heeft kunnen produceren. Om het bedrijf weer gezond te maken, was het noodzakelijk het bedrijf uit te breiden. Bovendien heeft de bouw van de stal vertraging opgelopen.
Over de vraag welke financiële gevolgen de Regeling voor haar heeft gehad, heeft appellante een deskundigenrapport overgelegd waaruit volgens haar blijkt dat zij in 2017 een liquiditeitstekort had, hetgeen wordt bevestigd door een verklaring van de bank van 28 augustus 2019. Hieruit volgt volgens appellante dat de continuïteit van het bedrijf in gevaar is. Voorts voert appellante aan dat verweerder ten onrechte de hoogte van de opgelegde heffingen niet in de beoordeling heeft betrokken, terwijl de heffingen substantieel zijn in vergelijking tot de omzet van het bedrijf
Het betoog slaagt niet.
Redelijke termijn
Beslissing
de uitspraak te ondertekenen. de uitspraak te ondertekenen.