ECLI:NL:CBB:2021:147
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling fosfaatrecht en startersregeling Meststoffenwet afgewezen
Appellante startte in 2014 met het bedrijfsconcept 'sharemilking' en gebruikte vanaf 2015 bestaande vergunningen van beëindigde melkveebedrijven. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van het fosfaatrechtenstelsel en wees de startersregeling af omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarden.
Appellante voerde aan dat het stelsel onvoldoende grondslag biedt, leidt tot ongeoorloofde staatssteun en dat zij onvoorzienbaar financieel wordt getroffen, wat een individuele disproportionele last vormt. Verweerder betwistte deze gronden en stelde dat appellante bewust investeerde ondanks verwachte productiebeperkende maatregelen.
Het College oordeelde dat het fosfaatrechtenstelsel verenigbaar is met het Europees eigendomsrecht en dat appellante als herstarter van beëindigde bedrijven niet onder de startersregeling valt. De investeringsbeslissingen van appellante waren niet navolgbaar en de financiële gevolgen daarvan zijn ondernemersrisico’s die zij zelf draagt. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.