ECLI:NL:CBB:2021:1012
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidiabiliteit rand watergang en verbindingsstrook GLB-betalingen en verjaring terugvordering
Appellante, een vennootschap onder firma, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit tot herberekening van de basis- en vergroeningsbetalingen over 2017 en de terugvordering van een te veel uitbetaald bedrag. Het geschil betreft de subsidiabiliteit van de rand van een watergang en een verbindingsstrook op twee percelen landbouwgrond, alsmede de vraag of de terugvordering van het teveel betaalde bedrag is verjaard.
Verweerder heeft de oppervlakte van de percelen verlaagd vanwege de aanwezigheid van een watergang met een zanderige rand die volgens hem niet subsidiabel is. Appellante betoogt dat deze randen wel subsidiabel zijn omdat er gras- en kruidachtige vegetatie op groeit en dat de verbindingsstrook ten onrechte is aangemerkt als niet subsidiabel, waardoor de splitsing van perceel 39 onterecht is.
Het College heeft op basis van luchtfoto’s vastgesteld dat de rand van de watergang en de verbindingsstrook een afwijkende structuur en kleur hebben, die duidt op zandbedekking en niet op vegetatie. Omdat zandgronden niet als landbouwareaal kwalificeren, is de oppervlaktecorrectie en de splitsing van het perceel terecht. Daarnaast is geoordeeld dat de terugvordering niet is verjaard, omdat deze binnen de wettelijke termijn van vier jaar na het oorspronkelijke besluit tot uitbetaling is ingesteld.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de herberekening en terugvordering is ongegrond verklaard.