ECLI:NL:CBB:2020:978
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vaststelling fosfaatrecht na correctie jongvee bij melkveebedrijf
Appellante exploiteert een melkveebedrijf en heeft op 2 juli 2015 twee stuks jongvee afgevoerd die ten onrechte niet zijn meegenomen bij de vaststelling van het fosfaatrecht door verweerder. Verweerder had het fosfaatrecht bij het primaire besluit vastgesteld op 13.834 kg en na bezwaar bij het bestreden besluit herzien naar 13.963 kg, waarbij de twee afgevoerde jongvee niet werden meegenomen.
Appellante stelde beroep in tegen het bestreden besluit en beperkte haar beroepsgrond tot het niet meenemen van de twee afgevoerde stuks jongvee. Verweerder volgde dit standpunt en stelde een herberekening voor met een fosfaatrecht van 13.981 kg. Het College oordeelde dat de berekening correct was en stelde het fosfaatrecht definitief vast op dit bedrag.
Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van appellante. De uitspraak werd gedaan door mr. I.M. Ludwig op 15 december 2020.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het fosfaatrecht wordt vastgesteld op 13.981 kg inclusief de twee afgevoerde stuks jongvee.