ECLI:NL:CBB:2020:933
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen gedeeltelijke intrekking betalingsrechten GLB vanwege subsidiabele oppervlakte percelen
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van de minister van Landbouw om per 14 december 2018 een deel van de aan hem toegekende betalingsrechten in te trekken. Dit betrof een vermindering van 0,2 betalingsrechten vanwege een kleinere subsidiabele oppervlakte van percelen 1 en 14, vastgesteld na controle.
In een eerdere procedure had het College al geoordeeld dat het aantal betalingsrechten te laag was vastgesteld voor andere percelen (2 en 4), maar deze uitspraak had geen betrekking op percelen 1 en 14. Appellant voerde aan dat hij op grond van het vertrouwensbeginsel mocht verwachten dat de oppervlakte van deze percelen niet meer zou worden gewijzigd.
Het College oordeelde echter dat deze percelen niet onderwerp waren van de eerdere procedure en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel daarom niet slaagt. De intrekking van de betalingsrechten is terecht en het beroep wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de gedeeltelijke intrekking van betalingsrechten wordt ongegrond verklaard.