ECLI:NL:CBB:2020:851
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid fosfaatrechtenstelsel en staatssteun onder Meststoffenwet
Appellante, een melkveehouderij, maakte bezwaar tegen het door de minister van Landbouw vastgestelde fosfaatrecht op grond van artikel 23, derde lid, van de Meststoffenwet. Het fosfaatrecht werd vastgesteld op basis van het aantal melk- en kalfkoeien en jongvee op de peildatum 2 juli 2015, met toepassing van een generieke korting.
Appellante voerde in beroep aan dat de Nitraatrichtlijn onvoldoende grondslag biedt voor het stelsel van fosfaatrechten en dat er sprake zou zijn van ongeoorloofde staatssteun. Het College verwierp deze gronden en verwees naar eerdere uitspraken waarin deze kwesties reeds zijn beoordeeld en bevestigd.
Het College oordeelde dat het fosfaatrechtenstelsel rechtmatig is in het licht van de doelstellingen van de Nitraatrichtlijn en dat de Europese Commissie de staatssteun heeft goedgekeurd. Ook was er geen sprake van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het fosfaatrechtenbesluit wordt ongegrond verklaard.