ECLI:NL:CBB:2020:741
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling fosfaatrechten op grond van Meststoffenwet
Appellante, een melkveehouderij, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin het fosfaatrecht op haar bedrijf is vastgesteld op basis van de dierenaantallen op 2 juli 2015. Zij stelde dat het fosfaatrechtenstelsel onvoldoende grondslag heeft in de Nitraatrichtlijn en dat het stelsel een individuele en buitensporige last voor haar bedrijf oplegt, mede vanwege investeringen en vergunningen voor uitbreiding.
Het College overwoog dat de bewijslast voor een individuele en buitensporige last bij appellante ligt. Appellante heeft echter niet voldoende onderbouwd waarom het bestreden besluit ontoereikend is gemotiveerd en heeft slechts verwezen naar eerdere bezwaarschriften zonder concrete argumentatie. Ook faalde haar betoog dat het fosfaatrechtenstelsel staatssteun inhoudt en onvoldoende is gebaseerd op de Nitraatrichtlijn.
Verweerder stelde dat de situatie van appellante niet afwijkt van andere melkveehouders en dat de investeringen en uitbreidingskeuzes ondernemersrisico's betreffen. Het College volgde dit standpunt en verwierp het beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Het beroep is derhalve ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het fosfaatrechtenbesluit is ongegrond verklaard.