ECLI:NL:CBB:2020:701
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- S.C. Stuldreher
- H.S.J. Albers
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetes Wet dieren na bezwaar en hoger beroep wegens niet tijdig ingediende zienswijze
Appellante kreeg twee bestuurlijke boetes van elk €1.500 opgelegd wegens het niet aanmelden van haar bedrijfsinrichting en het niet bijhouden van een correcte dierenadministratie. De minister verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde het besluit. De rechtbank Rotterdam wees het beroep af, waarbij werd geoordeeld dat de zienswijze van appellante te laat was ingediend en dat de boetes passend waren volgens de wettelijke normen.
In hoger beroep stelde appellante dat de zienswijze ten onrechte niet was betrokken bij het primaire besluit en dat de boetes onredelijk hoog waren gezien haar financiële situatie. Het College oordeelde dat de termijn voor het indienen van de zienswijze redelijk was en dat appellante geen uitstel had gevraagd. De minister had de zienswijze alsnog betrokken bij het bestreden besluit. Ook was er geen grond voor matiging van de boetes omdat de financiële gegevens ontoereikend waren en een betalingsregeling was getroffen.
Het College bevestigde dat de minister terecht gebruik heeft gemaakt van zijn discretionaire bevoegdheid om boetes op te leggen na meerdere waarschuwingen en controles. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het College bevestigt de boetes van €3.000 en wijst het hoger beroep af.